ik was je

 

je bestaat niet voor me
het katoen van mijn jurk raakt je, maar
ik ontken
negeer je vorm
negeer je huid

je bestaat niet voor me
ik ontmoet je in spiegels, maar
ik kijk weg
raak aan
schakel uit

ik ben de verpleegkundige
ik kleed je aan, verplaats je
ik was je

woensdagochtend in de sportschool
je ruikt je kans, grijpt, kiest positie
dwingt me om samen
te zien, te voelen, te zijn

ik was je
ineens ben ik je weer
ik spring achterop en je fietst me naar huis