Jaaroverdicht 2015

2015
Poeh. In gedichten kijk ik terug.

JANUARI – Aanslag op Charlie Hebdo
Charlie_MerelMorre

FEBRUARI & MAART
<GAPEND GAT> <OVER DICHTEN GESPROKEN> 

Excuus. In het voorjaar van 2015 ging heel veel nieuws aan me voorbij. Ik schreef en werkte aan twee dichtbundels: Een Bundel Geluk en Dons op mijn tanden. Hier lees je hoe je ze koopt.


APRIL – Bootvluchtelingen verdronken & online laten mensen hun slechtste gezicht zien


bootvluchtelingen 

de slechtste stuurlui
zitten op facebook
virtueel varend op de angst
die van wal
over de zee van haat
die woest golft

sluit ramen en deuren
dit land is in nood
want straks
straks verlies ik
val ik buiten de boot

de slechtste stuurlui
wonen in Nederland
deinen met oogkleppen
mee op bewind

als je zeeziek wordt
moet je dan niet
naar buiten gaan
om je heen kijken
en de horizon in zicht houden?

MEI – Dodenherdenking 4 mei
vogels_herdenking
JUNI – Ramadan 2015
ramadan_houjevast
JULI – Zomervakantie!
fontein
AUGUSTUS – Asielzoekers in Nederland

huis en haard
achter je
om te overleven
geen idee
waarheen en hoe
om maar te overleven
vertrouwd werd vreemd
vreemd moet vertrouwd
om te overleven
met ballast
zonder veiligheid
om maar te overleven
in handen van
wie je niet kent
om te overleven
lopen hopen
tot je er bent
waar je kunt overleven

SEPTEMBER – Vluchtelingen: de beelden in het nieuws grijpen me zo
nooitmijnogendicht

OKTOBER – zomaar | en tegelijk op zoveel van toepassing
ONRECHT

NOVEMBER 1 – Parijs

parijs

NOVEMBER 2 – Zwartepietendiscussie: Hema ontvangt dreigmailswimpels
DECEMBER – Bijna kerst – wees lief, ook daarna
kerstgedicht_libelle copy

koffie en gezang

[geschreven voor magazine Libelle]

kerstgedicht_libelle copy

Sorry mevrouw

Het is maandagochtend. Ik fiets terug naar huis nadat ik de kinderen op school heb afgezet. Er klinkt geschreeuw en gescheld van een fietspad verderop. Twee mannen, een met scooter en een met fiets, staan als kemphanen tegenover elkaar. De een duwt de ander, de ander schreeuwt terug.Ik schreeuw ook, vanaf mijn fietsroute: ‘Eé!’ Er komt geen reactie, dus ik fiets ernaartoe, zodat ik vlakbij ben.

Ze staan bijna bovenop elkaar, schreeuwend. Ze zien me nu wel. ‘Kom op, heren. Het is maandagochtend.’
‘Ja, hij slaat me op mijn neus.’
‘Jij drukte me van het fietspad. Toch? Dat deed je! Jij drukte me er vanaf!!! Nou? Hè?’
Er is weer even geduw. Ik heb geen idee of dit gaat escaleren. Ik blijf staan, kijk ze aan.

‘Ik schrijf je nummer op, gast!!’
‘Ga nou maar gauw fietsen voordat ik je echt sla en in het water gooi!’
Fietsers passeren, een klein meisje fietst voorzichtig tussen de kemphanen en mij door.
Dan pakt de fietser zijn fiets. Stapt op en kijkt me aan. ‘Sorry mevrouw.’
Ik sta nog steeds op mijn plek, inderdaad als een schoolpleinjuf die toezicht houdt. De man op de scooter stapt op, rijdt weg in de andere richting. En ik draai mijn fiets, vervolg mijn weg en grinnik.

een gedachte over gedichten

“Gedichten zijn nodeloos vaag. Je zou het toch allemaal veel directer en preciezer kunnen zeggen?” – quote van zomaar iemand

Volgens mij is poëzie júist direct. En precies. Doordat een gedicht ruimte laat. Voor interpretatie en verbeelding. En daarmee raakt het -heel precies en gericht- de lezer waar hij of zij geraakt kan worden. Moet worden.

En met dezelfde precisie schrijft de dichter, afwegend wat verteld moet en wat niet. Wat spreekt en wat onuitgesproken moet zijn. Om te spreken.