Animatiefilmpje van mijn dichtbundels

Kijk ’t filmpje hier en deel het gerust! Dankjewel.

Geschreven voor mijn kinderen. Toen.

Begin 2012 moest ik mijn kinderen vertellen dat ik een periode van 3 maanden niet thuis zou zijn. Om het hen uit te leggen, schreef ik een verhaal over Tom en zijn moeder.
(Dit verhaal is niet 100% autobiografisch. Ik heb twéé kinderen en geen van hen heet Tom. Ik ben geen alleenstaande moeder; mijn kinderen bleven gewoon thuis met hun vader, mijn man. En ik knipoog maar matig. Dat van die kieteldood klopt dan weer wel. En veel van de rest ook.) 


Tom en zijn mama
Tom is zeven jaar. Hij houdt van voetballen, van boterhammen met veel chocopasta én van verkleden. En het liefst doet ‘ie dat allemaal tegelijk. Voetballen als piraat, met een boterham in zijn hand. Ha!
Tom woont samen met zijn moeder in een huis. Hij heeft geen broertjes of zusjes, maar toch vervelen ze zich bijna nooit. Tom en zijn moeder bouwen soms hutten, midden in de kamer. Daar drinken ze samen nepthee. Of ze gaan naar het bos en komen thuis met zakken vol takjes, eikels en kastanjes. En het allerleukste: mama is kampioen kieteldood geven!
Maar de moeder van Tom is ook druk. Ze werkt veel, houdt van sporten en heeft vriendinnen met wie ze afspreekt. Soms is ze zo druk, dat ze even geen tijd heeft voor Tom. Of geen geduld. Dat merkt Tom goed. Ze wordt dan snel boos of hoort het niet als hij iets tegen haar zegt. Ook al zegt hij het wel 10 keer! Dat is niet leuk, het maakt hem ook boos als mama zo doet.
Soms huilt mama. Tom schrikt daar een beetje van. Zijn moeder legt dan uit dat ze zich niet zo blij voelt. Zomaar. Tom is ook niet altijd blij. Als iemand onaardig doet tegen hem op het schoolplein bijvoorbeeld. Of als iets steeds maar niet lukt. Dan voelt hij zich soms ook verdrietig. Of bozig. Alles voelt dan maar stom. Gelukkig gaat dat altijd vlug weer over.
Maar bij de mama van Tom is dat gevoel er zomaar. Zij heeft geen ruzie met iemand op het schoolplein gehad. Of een knutselwerkje dat alsmaar niet lukt. De mama van Tom voelt zich niet blij, terwijl alles eigenlijk goed is. Tom vindt dat gek. En zijn moeder zelf ook. Vind jij dat ook gek, zomaar verdrietig om niets?


Hutjemutje
Het is zaterdag. Mama en Tom hebben met alle stoelen en dekens de allergrootste hut gebouwd die er maar bestaat. Met een koekje en thee kruipen ze erin. Ze moeten heel stil zitten, want het is er krap en vol! Als je je billen een stukje verschuift, valt er meteen een stoel om. Voorzichtig nippen Tom en mama van hun thee. Mama fluistert er zelfs van.
“Het is wel héél hutjemutje in onze hut, hè…?”
“Hutjewátje?”, vraagt Tom.
Mama lacht.
“Hutjemutje. Als het zó vol is, dat het gezellig druk is, maar ook wel erg dicht op elkaar allemaal. Dat noem je zo. Hutjemutje.
Tom buigt voorover naar de koektrommel. Per ongeluk leunt hij tegen de stoel die de deur was. De hut stort in. Mama en Tom liggen tussen de stoelen, onder een boel dekens. Wat een puinhoop is het nu. “Hutjemutje? Hutjeprútje! Zul je bedoelen, mama!” En dan moeten ze hard lachen, in hun pikdonkere rommelhut.


Praten aan tafel
Na de middagboterham moet Tom nog even aan tafel blijven zitten. Mama wil iets vertellen. Ze kijkt serieus. Maar ze knipoogt ook even naar hem. Dat kan ze. Tom oefent het vaak, maar het lukt nog niet goed. Mama vertelt.
“Tom, ik voel me soms zomaar verdrietig. Of zomaar moe. Of zomaar niet blij. Dat heb je weleens gemerkt. Dan huil ik ineens. Of heb ik helemaal geen geduld voor helemaal niets. Weet je wat ik bedoel, hoe ik dan doe soms?”
Tom knikt.
“Ik wil dat graag veranderen en ervoor zorgen dat ik wél helemaal blij word. Want ik weet hoe fijn alles eigenlijk is. Met jou, met opa en oma, met alle leuke mensen om ons heen en de fijne dingen die we doen. Van binnen is dat er altijd, dat blije gevoel over al dat fijns. Maar soms is het te druk in m’n hoofd en m’n hart. Dan is er te veel en komt al die drukte zo –hop- bovenop dat blije gevoel terecht. Een berg werk, een berg was, een berg dingen die moeten en een berg zomaar-somber-gevoel. En dan kan ik dat blije gevoel helemaal niet meer vinden, omdat er zoveel andere dingen bovenop gekomen zijn.”
Tom knikt. En hij denkt na.
“Heet dat ook hutjemutje? Maar dan in je hoofd?”
“Ja! Dat is het precies! En soms wordt het… ehm, hoe zei je dat ook alweer, niet hutjemutje, maar…?”
“Hutjeprutje!”
“Precies. Hutjeprutje in mijn hoofd.”


Een lange logeerpartij
Dan vertelt mama verder.
“Ik wil dat blije gevoel zoeken en zorgen dat er geen zomaar-somber-berg meer bovenop kan komen. Dat ga ik doen, met mensen die me gaan helpen.”
“Wie dan?”, vraagt Tom.
“Mensen die mij kunnen leren hoe je het beste blij wordt. Dat is hun werk. Het zijn een soort ‘blijhelpers’. Er zijn bakkers, juffen, schrijvers, milieutechnologen en er zijn blijhelpers.”
Tom zegt het na. Het klinkt gek. Blijhelpers.
“Ik zal hard moeten oefenen om niet meer zomaar-somber te zijn. Daarom moet ik een tijd ergens anders wonen. In een huis samen met andere grote mensen die willen oefenen. En omdat ik een tijdje niet thuis woon, zul jij die tijd bij opa en oma wonen.”
Tom kijkt mama aan.
“Dus ik ga logeren?”
“Ja. Maar niet zomaar een nachtje. Het duurt best een tijd, het wordt een lange logeerpartij van drie maanden. Dat zijn dertien weken. En daarna ben ik er weer om voor je te zorgen. Hier thuis. Samen.”
Mama is even stil. Tom ook.
“Best een verandering, hè?”, zegt mama.
Tom knikt.
“Krijg ik dan een eigen kamer bij opa en oma?”
“Jazeker. De logeerkamer wordt voor jou. Je mag met opa samen de kamer inrichten. En ik wil ook wel graag meehelpen!”
“Mag ik dan ook mijn posters ophangen? En mijn knuffels mee? En mijn bed?”
“Allemaal. We maken een fijne kamer voor je. Zodat het eventjes je huis is.”
Tom straalt ineens. “Mam, dan ga ik elke dag de vogels van opa voeren!”
Mama lacht. “Zo te horen maak jij er best een feest van!”
Dan kijkt ze zogenaamd streng: “Maar denk erom! Als ik klaar ben met oefenen, neem ik je mooi weer mee naar ons eigen huis, hoor. Na drie maanden gaan wij hier lekker samen een feestje bouwen. Afgesproken?”
“Afgesproken.”
En dan knipoogt Tom naar mama. Met twee ogen tegelijk. Ha.

Geplaatst in Tekst

Permalink 11 reacties

ik besta door jou

Geschreven in opdracht van de gemeente Best, dit gedicht dat de komende tig jaar in de watergoten van het vernieuwde plein in het centrum te lezen is. Was een prachtige vraag, dank voor deze mooie kans.

ikbestadoorjou 12088019_1061023517264074_3130162948474835000_n

Bundels

Er verschenen inmiddels drie dichtbundels van mijn hand, allemaal uitgegeven door uitgeverij Palmslag. De bundels zijn te bestellen via mij (met handtekening of opdracht, als je wilt) en bij elke (online) boekhandel.
Mail me als je via mij een bundel wilt bestellen: merel@briefvandekoning.nl

In 2013 kwam mijn debuutbundel uit: Met mijn ogen dicht ik alles heel.
€ 15,- (excl. verzenden)
Omslag-MMODIAH_def
Review:
“De gedichten gaan over het leven, soms luchtig, soms diep. De gedichten raken, ze geven soms hoop en soms een lach op je gezicht. Toegankelijk. Merel speelt met woorden zonder het moeilijk te maken. Een echte aanrader, ook voor mensen die normaal niet zo snel een dichtbundel zouden lezen.”

Begin 2015 verscheen gelegenheidsbundel Een Bundel Geluk, geschreven in opdracht van het Parktheater in Eindhoven.
€ 15,- (excl. verzenden)
bundelvoorkantweb

In april 2015 bracht ik Dons op mijn tanden uit.
€ 15,- (excl. verzenden)
DOMT_DEF
Review:
“Merel schrijft en raakt. Vaak de juiste snaar. Ze neemt je mee op avontuur door haar hoofd, laat je de dingen zien vanuit haar perspectief. Ze zoomt in op de mensen die proberen, worstelen, willen en durven (of niet). En laat ons met haar blik kijken naar oorlog, een neergestort vliegtuig en een dood vogeltje. Lichtvoetig en scherp, droevig en ontroerend. Dons op mijn tanden is een mooie, ontroerende reis die je achterlaat met een glimlach en tranen in je ogen.”