Blootje

Ik neem een aanloop. Ontdoe me in die laatste meters van alles wat me vasthoudt. Wat me in het gareel houdt. Of juist eruit. Wat me in de knel houdt. En in de ban. Neem een hap lucht. En een slok moed. Ik knijp mijn neus dicht. En spring. Misschien in ’t clichématige diepe. Misschien juist in het pierenbadje. Geen idee welke optie de engste zou zijn.

Het blijkt diep. Diep genoeg om kopje onder te gaan. Direct. Ik houd mezelf boven water, trappelend. Nonchalant wring ik mijn haar uit, veeg de mascara van mijn wangen en check of mijn image niet doorschijnt. Ai.
Ik zwem naar de kant en zoek houvast in de dingen die ik in mijn aanloop van me afgooide. Er móet nog iets liggen. Een dekmantel die ik om me heen kan slaan. Maar er is niets meer. Geen werk dat maar doorgaat. Geen gesjees van afspraak naar etentje. Geen kinderen die gevoed moeten. Geen wijntjes die roezen. Geen tekstje om de vorm weer vlug te laten winnen. Geen mentions, geen retweets, geen merootje. Maar ik. In mijn blootje.

Naakt zwem ik een perfect rondje. Daarmee kleed ik me aan. Ik zwem er nog één, maar bots hard tegen de kant. Weer dat blootje. Ik ben bang. Met mijn ogen dicht probeer ik het opnieuw. Gewoon, een perfect rondje. Weer bots ik.  Nog eens. Eén perfect rondje – één perfect rondje – één perfect rondje – BAF.

Ik maak spleetjes van mijn ogen en kijk voorzichtig. Kant noch wal. Er is alleen het zachte water dat mijn blootje omringt. Ik hap mijn longen vol lef. Kopje onder. En ik klamp me vrij aan mijn nieuwe houvast. In d’r blootje.

Advertenties

Geplaatst in Tekst

Permalink 6 reacties

Hard voor de zaak

Vandaag ontdekte ik ze. De stille getuigen van het prille begin. Bijna wang aan wang houden ze zich schuil. Vastgeplakt vastberaden.

Een hal van een opdrachtgever. Een mógelijke opdrachtgever. De eerste.

Lidy en ik, elkaars vennoot.
Van buiten stáán we daar gewoon. Te wachten op een zakelijk gesprek.
Van binnen buitelen we over elkaar heen. Bruisen we. Bubbelen we.
Dertig seconden geleden zeiden we onze bedrijfsnaam hardop. In ’t echt. Tegen de receptioniste van een bureau.
Het galmtgonstgloeit nog na.

En in die laatste paar seconden -terwijl onze blikken botsen, onze harten jagen en onze hoofden elkaar geluidloos moed inpraten- juist in die luttele laatste seconden voelen we ‘t ineens. Paniek! Naarstig graaien onze ogen naar een prullenbak. We vinden er nul.

 
Vanuit het binnenvakje van mijn tas kijken ze me nu aan. Twee flink bekauwde hompjes Sportlife van ruim een jaar oud. Vastberaden vastgeplakt. En hard. Voor de zaak.

Image

Mag ik?

Eén bestemd gevoel alstublieft.
Met rafelrandje.
Hier opeten, ja.

Geplaatst in Tekst

Permalink 1 reactie