stilletjesaan

wil ik stiller gaan staan

de zijlijn onder mijn voeten

op veilige afstand

het draaien zien gaan

en zelf niet meer moeten

Advertenties

CONTACT MAKEN IN HET WILD – een beginnerscursus

Overweegt u de stap te zetten contact te maken met zomaar iemand op straat, zomaar iemand in de bus, zomaar iemand op een plein of zomaar iemand in uw bed? Neem dan eerst de volgende handreikingen tot u. Een paar eenvoudige tips zullen contact in het wild veiliger en aangenamer maken.

Deel 1: Oogcontact
Wanneer twee mensen elkaar aankijken en elkaars ogen als het ware ‘ontmoeten’, spreken we van oogcontact. Het is een zeldzame vorm van contact die velen van u volkomen onbekend zal zijn. Toch wijzen onderzoeken uit dat oogcontact in de 20e eeuw nog regelmatig te zien was in het straatbeeld. Daarna is het in rap tempo verdwenen.
Wilt u bij wijze van experiment oogcontact zoeken, verdiept u zich dan vooraf in onderstaande korte cursus Eerste Hulp Bij Oogcontact (EHBO2).

EHBO2 

Stap 1. Plan uw oogcontact. Ga niet onbezonnen te werk, maar maak altijd een draaiboek. Daarin neemt u onder andere op: waar, met wie, wanneer en in welke uitrusting u het experiment gaat uitvoeren.

Stap 2. Zorg dat u goed geslapen hebt. Uw ogen hebben een degelijke nachtrust nodig om een prestatie van dit niveau te kunnen leveren. Gebruik desgewenst een slaapmasker om uw ogen optimaal te ontlasten.

Stap 3. Oefen voor de spiegel. Ga ontspannen voor de spiegel staan, richt uw blik eerst op uw voeten en laat uw armen losjes langs uw lichaam hangen. Haal rustig adem en kijk nu 3 seconden naar uw voorhoofd in de spiegel. Kijk daarna weer naar uw voeten, zolang u dat nodig hebt om uw hartslag weer te laten zakken. Als u er klaar voor bent, kijkt u weer op en richt uw blik op het kleine stukje tussen uw wenkbrauwen in. Een paar seconden, langer is niet nodig. U herhaalt dit proces van ‘wisselkijken’ (van de voeten naar het gelaat en terug), totdat u in staat bent 5 seconden naar uw eigen ogen te kijken in de spiegel.

Stap 4. Informeer mensen over uw plan. Zorg dat er te allen tijde iemand is die u direct kunt whatsappen, twitteren, facebooken of desnoods bellen wanneer u het experiment uitvoert. Er moet acute hulp ingeschakeld kunnen worden in elke fase van het experiment. Bovendien is nazorg noodzakelijk.

Stap 5.  De praktijk. Als u de eerste 4 stappen zorgvuldig heeft kunnen afvinken, gaat u de praktijk in. Het daadwerkelijke oogcontact bouwt u op, precies zoals u dat voor de spiegel deed. U richt uw blik dus niet meteen op de proefpersoon met wie u het contact zoekt, maar start met voorzichtig en kortstondig kijken naar diens voorhoofd.

Let op! U heeft geduld nodig. U moet precies dát moment zien te benutten dat het voorhoofd van de proefpersoon zichtbaar is, als hij/zij een fractie van een seconde opkijkt van zijn/haar smartphone, iPad of laptop. In dit deel schuilt ook de finesse van het echte oogcontact maken: weet u dat korte moment te benutten?

Er is veel oefening voor nodig, dus geef niet direct op als het bij de eerste proefpersoon niet lukt tot het werkelijke oogcontact te komen. Als u zo’n eerste keer alleen een voorhoofd of het wenkbrauwmidden heeft kunnen behalen, bent u ook al een eind gevorderd. Zo bouwt u op naar oogcontact. En onthoud, bij wérkelijk oogcontact: altijd van u af. Van u áf.

(Een extra tip: begint u met bejaarden, zwakzinnigen en kinderen; zij vormen het makkelijkste oefenmateriaal.)

Veel succes!

 

P.S. Volgende keer in ‘CONTACT MAKEN IN HET WILD – een beginnerscursus’:
Deel 2: Groeten en andere klanken uitwisselen

 

Geplaatst in Tekst

Permalink 5 reacties

Geplaatst in Tekst

Permalink 1 reactie

Blauw op straat

Deze week stierf Rodney King. Vandaag dacht ik opnieuw aan hem.

Ik zie een blonde vrouw in uniform. Een man in uniform ernaast. Twee agenten. Ze staan bij een man op een straathoek in Rotterdam. Een dronkaard. Vast. Hij hangt daar een beetje tegen een gevel aan. Vrij vertrouwd beeld voor iedereen die af en toe om zich heen kijkt.
Maar dan. De agente trapt de man in zijn ballen. Hij zakt ineen. Terwijl zij hem opnieuw schopt, hoor ik mezelf hardop: ‘Is dit Nederland?’

Zij schopt weer. En nog eens.
Meer blauw op straat. Denkt ze.

Haar collega kijkt toe. Hij belt. Voor versterking waarschijnlijk.
Meer blauw op straat. Denkt ‘ie.

De man protesteert niet. Hij ondergaat.
In de boeien getrapt gaat hij mee naar het bureau.

Ik ril. Een gekke mix van boosheid, ongeloof en schaamte overvalt me. Uiteindelijk kiest mijn lichaam. Tranen. Woedende tranen. Want wat? Hoe? Waarom?! Wát?!? En vooral: nee.

Minuten later weet ik niet wat me nu het meest met afgrijzen vervult.
Het volslagen zinloze geweld van die agente?
Of mijn volslagen zinloze vraag of dit Nederland is?

 

Geplaatst in Tekst

Permalink 4 reacties

Een ode. Aan hoe hij taeboode.

Een karateband woest om het hoofd gebonden.

De tape zo mogelijk nog woester om de voeten.

En een zachte glimlach het allerwoestst om zijn lippen.

Mijn sportleraar. Voor wie ik me glimmend lachend in het zweet werkte. De pezige, grijze, kalende man die me tien jaar lang in de houdgreep hield. Zonder me aan te raken. Die me als Lara Croft liet kreunen terwijl ik de meest briljante kicks nabootste. Met wisselend resultaat.

Mijn sportleraar. Die zonder die karateband gewoon Wil heette. En in een dorpje in Brabant woonde in een twee-onder-een-kap-woning. Met een Ikea-bank en een flatscreenteeveetje. Daar zat ‘ie dan, in Reusel. Op zijn Klippan. Maar hij kon het hebben. Zoals Wil alles kon hebben.

Mijn sportleraar. Die in mijn uurtje steevast riep dat ´de harde kern´ er weer was. En ik besloot dat ík dat was: de harde kern. Zíjn harde kern. En ja, dan zette ik een tandje bij. Of twee. Mrs. Croft could eat her heart out.

En nu is hij weg. Vertrokken. Zomaar.

Waar een Wil was. Is ‘ie weg.

De harde kern zal ‘m missen.